Gaai

gaai

Gaai

De gaai ook wel Vlaamse gaai, ‘schreeuwekster’, ‘Spaanse ekster’, ‘hannebroek’ of ‘meerkol’ genoemd, is een opvallend gekleurde kraaiachtige. De wetenschappelijke naam van de soort werd als Corvus glandarius in 1758 gepubliceerd door Carl Linnaeus.

UK: Eurasian jay
D: Eichelhäher
FI: Närhi

Wetenschappelijke naam: Garrulus glandarius (Linnaeus, 1785)

Vogelgroep: Kraaien

Veldkenmerken: De gaai is 32 tot 35 cm lang. De vogel is overwegend grijsbruin met een roze tint. De keel, onderbuik, anaalstreek, de stuit en een gedeelte van de handpennen zijn wit. Kenmerkend zijn een brede zwarte snorstreep en een blauw vleugelveld dat bestaat uit lichtblauwe veertjes met daarin een fijne, zwarte bandering. De vogel kan bij opwinding de kruinveren opzetten, deze zijn afwisselend licht van kleur met zwart.

Verspreiding: Deze vogel komt voor in het cultuurlandschap en de bossen. Hij is over heel Europa verspreid met uitzondering van het hoge noorden. In nieuwbouwwijken zie je in eerste instantie vaak de ekster, naarmate de bomen en struiken in het openbaar groen en in tuinen groter worden, wordt deze langzaamaan verdrongen door de gaai.

Zang/roep: Luid geschreeuw, niet te verwarren met het geluid van andere vogels. In bosgebieden reageren zij luid op mogelijke indringers, wat als alarmfunctie voor andere dieren fungeert.

 

button-terug-vogelinfo